Bijstand en de bestuurlijke dwangsom

Sinds enige tijd is het mogelijk om een dwangsom te vorderen, als de overheid (bijvoorbeeld de gemeente) te laat is met het nemen van een besluit.

Deze dwangsom kan oplopen tot € 1260,-. Wat voor gevolgen heeft dat voor een bijstandsuitkering?

Voorbeeld

Jan ontvangt bijstand en vraagt bijzondere bijstand aan. Omdat er niet binnen de wettelijke termijn een beslissing wordt genomen op de aanvraag, stelt Jan de gemeente in gebreke. Een ingebrekestelling is noodzakelijk om een dwangsom te kunnen vorderen. De ingebrekestelling heeft geen effect, met als gevolg dat de maximale dwangsom van € 1260,- wordt verbeurd. Jan blij, maar dit duurde niet lang.
De gemeente stelt zich namelijk op het standpunt dat de dwangsom als inkomen gezien moet worden en gaat het bedrag van € 1260,- verrekenen met de bijstand. De zaak wordt uiteindelijk aan de Centrale Raad van Beroep voorgelegd, de hoogste rechter op dit terrein. Op 18 maart 2014 oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de gemeente ten onrechte de dwangsom als inkomen heeft beschouwd. Wel mag deze worden aangemerkt als vermogen.

Geen inkomen, maar vermogen

Het voorgaande heeft dus tot gevolg dat als er een positief vermogen is en dit door de toekenning van de dwangsom boven het vrij te laten vermogen komt, er eerst ingeteerd moet worden op het vermogen alvorens er (wederom) recht op bijstand bestaat.
Het is jammer dat de wetgever de dwangsom niet heeft uitgezonderd van het vermogen. Deze is immers ingevoerd om de overheid te prikkelen tot het nemen van tijdige beslissingen, maar kan een zuur gevolg hebben voor een bijstandsgerechtigde met een positief vermogen.