Participatiewet – Bijstand

Als u onvoldoende inkomen genereert om in uw noodzakelijke levensonderhoud te voorzien, dan heeft u in principe recht op bijstand.

De gemeente bepaalt of u recht heeft op bijstand. Wordt uw aanvraag om bijstand afgewezen dan dient u binnen zes weken bezwaar in te stellen. Vaak is het verstandig om gelijktijdig een nieuwe aanvraag om bijstand in te dienen. U kunt met behulp van een advocaat tevens een voorlopige voorziening vragen aan de rechtbank om gedurende een procedure een voorschot te ontvangen.

Bijstand aanvragen

U vraagt de bijstandsuitkering aan op de website werk.nl van het UWV. Het UWV stuurt uw aanvraag door naar uw gemeente. De gemeente bepaalt of u recht heeft op een bijstandsuitkering. De aanvraag dient in beginsel binnen acht weken afgewikkeld te worden. Om te voorkomen dat u geen inkomen heeft in deze periode, heeft u recht op een voorschot van 90% van de uitkering. Dit voorschot ontvangt u binnen 4 weken na uw aanvraag. Wordt het verzoek tot een voorschot afgewezen, dan kunt u de voorzitter van gedeputeerde staten verzoeken om hierover een uitspraak te doen. De voorzitter beoordeelt of de gemeente u toch een voorschot moet verstrekken. Tegen deze beslissing van de voorzitter kunt u geen bezwaar maken.

Bijstand en jonger dan 27 jaar

In beginsel heeft een jongere beneden de 27 jaar geen recht op algemene bijstand als hij/zij onderwijs kan volgen en in verband daarmee aanspraak heeft op studiefinanciering. Onder studiefinanciering wordt ook een lening verstaan. Deze bepaling is in juli 2012 ingevoerd. Inmiddels zijn er meerdere uitspraken waarbij de rechtbank heeft geoordeeld dat er toch recht bestaat op bijstand, ook als er onderwijs gevolgd kan worden. Bijvoorbeeld als iemand (aantoonbaar) geen onderwijs kan volgen of op het moment van aanvraag zich niet in kan schrijven voor een opleiding. Wel geldt er altijd een wachtperiode van vier weken, waarbij de aanvrager eerst zelf moet zoeken naar werk en/of moet bekijken of er nog onderwijsmogelijkheden zijn. Tijdens deze wachtperiode kan er geen voorschot aangevraagd worden. Deze wachtperiode geldt niet, als er bijstand na afloop van een WW-uitkering wordt aangevraagd.

Bezwaar

Indien de bijstand wordt afgewezen, heeft u zes weken de tijd om bezwaar in te dienen. Ook is het verstandig om weer een nieuwe aanvraag in te dienen. Met name in de situatie dat de aanvraag buiten behandeling is gesteld omdat niet alle gegevens tijdig zijn aangeleverd. Een bezwaarprocedure neemt al snel 18 weken in beslag.

Voorlopige voorziening

Als er een spoedeisend belang is, kan er een voorlopige voorziening bij de rechtbank ingediend worden. Dat houdt in dat de rechtbank wordt verzocht om de gemeente te verplichten om voorschotten te verstrekken gedurende de behandeling van het bezwaarschrift. Bij de afwijzing van een bijstandsuitkering, wordt het spoedeisend belang redelijk snel aangenomen.

Wordt de voorlopige voorziening toegewezen, dan wil dat overigens niet zeggen dat u ook gelijk krijgt in de bezwaarzaak. Het is dus mogelijk dat de voorlopige voorziening wordt toegewezen en dat u de bijstand achteraf moet terugbetalen aan de gemeente, omdat uw bezwaarschrift ongegrond wordt verklaard. In de praktijk blijkt dit risico zeer klein is, maar het kan niet uitgesloten worden.

Er kan ook een voorlopige voorziening ingediend worden als er beroep of hoger beroep is ingesteld. Tegen de afwijzing van een voorlopige voorziening kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Inlichtingenplicht

Veel problemen ontstaan, doordat de gemeente van mening is dat de bijstandsgerechtigde zijn inlichtingenplicht heeft geschonden. Vanaf het moment dat u bijstand aanvraagt, bent u verplicht het UWV WERKbedrijf en/of de gemeente alle inlichtingen te geven die nodig zijn om uw recht op bijstand vast te stellen. Ook tijdens de bijstand, moet u de gemeente alle informatie en wijzigingen doorgeven die van belang zijn voor uw recht op bijstand. Bijvoorbeeld als u gaat samenwonen of inkomen heeft, maar ook als u af en toe (een beetje) geld krijgt van familie of vrienden.

Schendt u uw inlichtingenplicht, dan kan dit tot gevolg hebben dat uw uitkering beëindigd wordt en/of teruggevorderd wordt. Het is dus zaak om alles tijdig te melden. Mocht u toch een brief (besluit) ontvangen van de gemeente, dan is het raadzaam om gelijk hulp van een advocaat in te schakelen. Bij hoge terugvorderingen, wordt meestal de sociale recherche ingeschakeld. Wordt u uitgenodigd voor verhoor, raadpleeg dan eerst een advocaat. Is hiervoor geen tijd, beroept u zich dan op uw zwijgplicht. Dit kan, omdat deze zaken ook strafrechtelijk worden afgehandeld en een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling.

Gezamenlijke huishouding

In de praktijk wordt er regelmatig bijstand teruggevorderd omdat er sprake is van een gemeenschappelijke huishouding. Het is een misverstand dat er sprake moet zijn van ‘echt’ samenwonen en/of dat er sprake moet zijn van een relatie. Voor het vaststellen van een gemeenschappelijke huishouding moet u beiden het hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) of een inschrijving bij een andere instantie. Ook kan de gemeente een gezamenlijke huishouding aantonen doordat u wel beiden een eigen huis heeft, maar bij een van de huizen een zeer laag energie- en waterverbruik is vastgesteld of dat een van de woningen maar gedeeltelijk is ingericht en uit verklaringen van buurtbewoners blijkt dat u niet in de woning woont.

Het is niet alleen van belang dat u op hetzelfde adres het hoofdverblijf heeft. U moet ook (financieel) voor elkaar zorg dragen. Dit moet verder gaan dan alleen het delen van vaste woonlasten, bijvoorbeeld u betaalt gezamenlijk de vaste lasten en boodschappen, u heeft een gezamenlijke bank- of girorekening of u doet het huishouden gezamenlijk.

Soms staat het vast dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Hiervan is sprake als u het hoofdverblijf in dezelfde woning heeft met iemand, met wie u gehuwd bent geweest in de afgelopen twee jaar of van wie u een kind heeft, of van wie u het kind heeft erkend, of met wie u een samenlevingscontract heeft, waarin is opgenomen dat u een bijdrage aan het huishouden levert. In deze situaties hoeft de gemeente niet te onderzoeken of er sprake is van (financiële) zorg tussen u en uw partner.

Overige verplichtingen

Op de website van uw gemeente, kunt u uw rechten en plichten terugvinden indien u een bijstandsuitkering heeft. Sinds 1 januari 2013 is er strengere regelgeving ingevoerd. Er kunnen aanzienlijke boetes opgelegd worden, bijvoorbeeld als de inlichtingenplicht geschonden wordt. Wordt u met dit soort zaken geconfronteerd, schakel dan tijdig een advocaat in. De meeste winst valt te behalen als de advocaat gelijk vanaf de bezwaarprocedure bij de zaak betrokken is.